Propositie 14 Stelling

Als twee halve lijnen (bl lijn en zw lijn) en een derde halve lijn (ro lijn)
elkaar op hetzelfde punt en aan weerszijden van die derde lijn ontmoeten,
én de naast elkaar gelegen hoeken (gehoek en blhoek) samen
gelijk zijn aan twee rechte hoeken,
vormen de eerste twee halve lijnen samen één lijn.

 

Stel dat ge lijn in plaats van zw lijn met bl lijn één lijn vormt.

Dan moet gehoek + roblhoek = 2 re hkn.

Maar de hypothese is dat gehoek + blhoek = 2 re hkn.

En dus moet roblhoek = blhoek (ax 3) en dat is absurd (ax 9).

 

Daarom vormen ge lijn en bl lijn niet één lijn.

Voor bijna iedere andere halve lijn is dat op dezelfde wijze aan te tonen.

Alleen voor zw lijn lukt dat niet.

Dus zw lijn en bl lijn vormen samen één lijn.

QED

 

vorige / volgende

Figuur propositie 14