De rechthoek omvat door twee lijnstukken,
waarvan er één is verdeeld in een aantal delen,
⋅ =
⋅ +
⋅ +
⋅ 
is gelijk aan de som van de rechthoeken omvat door
het onverdeelde lijnstuk en de verschillende delen van het verdeelde lijnstuk.
Teken ⊥ en = (prop 2 en prop 3 uit Boek I).
Maak het parallellogram af, dat wil zeggen, teken:
// en
, en // (prop 31 uit Boek I)
Nu geldt: = + + .
Met: = ⋅ .
En met:
= ⋅ ,
= ⋅ en
= ⋅ .
Dus ⋅ =
⋅ +
⋅ +
⋅ .
QED
volgende
|
Optelling van oppervlakken:
(a + b + c + ...) x = ax + bx + cx + ...
Figuur propositie 1
|