Propositie 6 Stelling

Als in een driehoek (gr3hoek) twee hoeken even groot zijn (gehoek en zwhoek),

dan zijn de zijden tegenover deze hoeken (zw st re en bl lijn) even lang.

 

Want als de zijden niet even lang zijn,
is de ene zw stlijn langer dan de andere bl lijn.

Dan kan daarvan een stuk afgehaald worden zodat zw lijn = bl lijn.

Teken ge lijn.

 

Dan geldt in kl3hoek en gr3hoek dat zw lijn = bl lijn (constr),

gehoek = zwhoek (hyp) en ro lijn is gemeenschappelijk.

Dus de driehoeken zijn gelijk (post 4).

 

Een deel gelijk aan het geheel is echter absurd.

Dus geen van de zijden zw st re of bl lijn is langer dan de andere.

Oftewel, ze moeten even lang zijn.

QED

 

vorige / volgende

Figuur propositie 6