In gelijke cirkels en , zijn de koorden en die gelijke bogen geven, gelijk.
Als de gelijke bogen halve cirkels zijn, is de stelling evident.
Zo niet, teken dan , en , naar de middelpunten.
Omdat = (hyp), geldt:
= (prop 27 uit Boek III).
Ook geldt: en = en .
Dus = (prop 4 uit Boek I).
En dit zijn de koorden die gelijke bogen afsnijden.
QED
vorige / volgende
Figuur propositie 29