Propositie 20 Stelling

Gelijkvormige polygonen kunnen worden verdeeld
in hetzelfde aantal gelijkvormige driehoeken,
waarvan ieder gelijkvormig paar proportioneel is aan de polygonen;
en de polygonen verhouden zich tot elkaar als
de duplicate verhouding van hun corresponderende zijden.

 

Teken zw lijn en zw stlijn alsmede zw dun en zw stdun,

waarmee de polygonen in driehoeken worden verdeeld.

 

Omdat de polygonen gelijkvormig zijn, geldt:
zwhk = zwhk, en bl lijn : bl stlijn = ro lijn : ro stlijn.

Dus ge3hk en ge3hk zijn gelijkvormig.

En dus rohk = rohk (prop 6 uit Boek VI).

 

Ook geldt: blrohk = blrohk omdat ze hoeken zijn in gelijkvormige polygonen.

Daarom zijn de resterende hoeken blhk en blhk gelijk aan elkaar.

 

Nu geldt: zw stlijn : bl stlijn = zw stdun : ro stlijn, vanwege de gelijkvormige driehoeken

en bl stlijn : ge lijn = ro stlijn : ge lijn, vanwege de gelijkvormige polygonen.

Dus zw stlijn : ge lijn = zw stdun : ge lijn, ex aequali (prop 22 uit Boek V).

Daar deze proportionele zijden gelijke hoeken omvatten,
zijn de driehoeken ro3hk en ro3hk gelijkvormig (prop 6 uit Boek VI).

 

Op dezelfde wijze is aan te tonen dat de driehoeken bl3hk en bl3hk
gelijkvormig zijn.

 

Dit betekent dat ge3hk verhoudt zich tot ge3hk
in de duplicate verhouding van zw stlijn tot zwstdun (prop 19 uit Boek VI).

Op dezelfde wijze verhoudt ro3hk zich tot ro3hk
als de duplicate verhouding van zw stlijn tot zwstdun.

Dus ge3hk : ge3hk = ro3hk : ro3hk (prop 11 uit Boek V).

 

Ook verhoudt ro3hk zich tot ro3hk
als de duplicate verhouding van zw lijn tot zw dun.

En bl3hk verhoudt zich tot bl3hk als
de duplicate verhouding van zw lijn tot zw dun.

Dus ge3hk : ge3hk = ro3hk : ro3hk = bl3hk : bl3hk.

 

Als nu één van de voorgangers zich tot één van de oplvolgers verhoudt,
verhoudt de som van alle voorgangers zich hetzelfde tot de som van alle opvolgers.

Dat wil zeggen, de gelijkvormige driehoeken hebben tot elkaar
dezelfde verhouding als de polygonen (prop 12 uit Boek V).

 

Nu ge3hk verhoudt zich tot ge3hk
in de duplicate verhouding van bl lijn tot ro lijn.

Dus figuur verhoudt zich tot figuur
in de duplicate verhouding van bl lijn tot ro lijn.

QED

 

vorige / volgende


Figuur propositie 20