Propositie 32 Stelling

Als twee driehoeken (3hoekli en 3hoekre), twee zijden proportioneel hebben
(bl lijn : ro lijn = bl stlijn : ro stlijn) en
zo geplaatst is op een hoek dat de corresponderende zijden parallel zijn,
dan liggen de resterende zijden (ge lijn en ge stlijn) in elkaars verlengde.

 

Daar bl lijn // bl stlijn en gehoekbo = gehoekon (prop 29 uit Boek I)

alsmede ro lijn // ro stlijn en gehoekon = zwhoek (prop 29 uit Boek I),

moet gehoekbo = zwhoek.

 

Daar verder bl lijn : ro lijn = bl stlijn : ro stlijn (hyp),

zijn de driehoeken gelijkhoekig (prop 6 uit Boek VI).

 

Dus rohoek = wihoek.

Ook geldt: gehoekbo = gehoekon.

Nu moet blhoek + gehoekon + wihoek = blhoek + gehoekbo + rohoek = 2rehkn (prop 32 uit Boek I).

En dus liggen ge lijn en ge stlijn in elkaars verlengde (prop 14 uit Boek I).

QED

 

vorige / volgende


Figuur propositie 32